Organisatie

Stichting

De Stichting is voortgekomen uit de bijeenkomsten van (oud)-leerlingen van prof. dr. Christine Mohrmann. Deze bijeenkomsten zijn op 22 september 1962 gestart.

 Bij de laatste statutenwijziging in 1988 wordt het doel van de Stichting als volgt omschreven:

 - het bevorderen van de studie en de belangstelling voor de oudchristelijke taal en cultuur.

- het bevorderen van contact tussen degenen, die uit hoofde van hun studie bij de bestudering van de oudchristelijke taal en cultuur direct geïnteresseerd zijn, - bijvoorbeeld door het beleggen van vergaderingen, waarin door hen inleidingen gehouden worden -,

-  het bevorderen, dat hun studies - eventueel in onderlinge samenwerking tot stand gekomen- worden uitgegeven, of doordat zijzelf deze studie publiceren.

-het bevorderen van alles dat tot dit doel kan bijdragen.

Bestuur

De stichting wordt geleid door een bestuur van minimaal vijf en maximaal tien leden. Zij zijn afkomstig uit de leden van het genootschap. Zij worden benoemd door het bestuur.

Volgens rooster treedt jaarlijks een bestuurslid af: hij/zij is terstond herbenoembaar.

Het bestuur kent een voorzitter, vice-voorzitter, secretaris en penningmeester. Voorzitter, secretaris en penningmeester vormen samen het dagelijks bestuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de organisatie van de vergaderingen en de lopende zaken.

Het bestuur vergadert minstens eenmaal per jaar of zoveel vaker als nodig. De vergaderingen vinden meestal plaats in de lunchpauze van de voorjaars- en najaarsvergaderingen.

Leden

 Strikt gesproken kent een stichting geen leden, slechts donateurs. Toch spreken wij in de praktijk altijd over 'leden' van ons 'genootschap' omdat dit het beste uitdrukking geeft aan onze manier van samenzijn.  

Lidmaatschap

Een ieder die geïnteresseerd is in  het studiegebied van de patristiek in de breedste zin van het woord is welkom op de vergaderingen. Heeft men tweemaal een vergadering bijgewoond, dan zal het bestuur vragen of de betrokkene belangstelling heeft om  'lid' te worden van het genootschap. Dit houdt in dat men bereid is om de vergaderingen zoveel als mogelijk bij te wonen en dat men genegen is om een jaarlijkse bijdrage te betalen.Het bestuur kan een lid uitnodigen om spreekbeurt te houden tijdens een vergadering, doch men is  hiertoe niet verplicht.